Body to body massage zuid holland pseudo arts keuring

body to body massage zuid holland pseudo arts keuring

...

Kale anus meiden die pijpen

De organisatie was in handen van de Vakgroep Klinische Psychologie en Gezondheidspsychologie van de Universiteit Utrecht. Artsen, psychologen, maatschappelijk werkers, verpleegkundigen en andere belangstellenden kregen er een overzicht van de stand van zaken.

Zo'n multidisciplinaire aanpak is van belang, want bij vermoeidheid spelen naast medische factoren, ook psychische en sociaie factoren een rol. Haasberger, voorzitter van de Nationale Commissie Chronische Zieken, haar toespraak. Een probleem dat veel oorzaken en achtergronden kan hebben. Over het algemeen worden drie categorieën onderscheiden. Moeheid kan een primaire klacht zijn, zonder dat er een medische oorzaak wordt gevonden. Het kan optreden door chronische overbelasting, bijvoorbeeld kinderen hebben en een drukke baan.

Moeheid kan ook een bijverschijnsel zijn van een chronische ziekte. Topje van de ijsberg "Voor veel chronisch zieken is moeheid zelfs het meest belastende aspect van hun aandoening. Hulpverleners en artsen hebben daar vaak veel te weinig oor voor. Er lijkt een kloof te bestaan tussen de ervaringen van chronisch zieken en die uan artsen en hulpverleners. Maar als vermoeidheid een langdurige kwestie wordt, heeft dat grote gevolgen voor het maatschappelijke en sociale leven. De klacht ' moeheid ' is dan nog maar het topje van de ijsberg", aldus mw.

Het lot van veel chronisch zieken is dus dat ze ook chronisch moe zijn. Helaas komt een chronische aandoening bijna nooit alleen.

Hoe meer aandoeningen je hebt, hoe groter de kans dat vermoeidheid een bijverschijnsel wordt. Van de mensen met vier of meer chronische aandoeningen is tweederde vermoeid. Bovendien hebben veel RA-patiënten bloedarmoede als structureel bijverschijnsel bij de RA. En ook bloedarmoede veroorzaakt moeheid. Zij vermijden sociale activiteiten; verjaardagen en kaartavondjes worden afgezegd uit angst dat men het niet aankan.

Dat leidt gemakkelijk tot een sociaal isolement. Daarover gaat men dan weer piekeren en dat leidt weer tot energieverlies, waardoor de moeheid erger wordt. Chronisch zieken zijn dus vaak moe en lijden daar onder, maar huisartsen en hulpverleners lijken daar nauwelijks oog voor te hebben. Videobanden van het Nivel Nederlands Instituut voor onderzoek van de Eerstelijnsgezondheidszorg maken dat pijnlijk duidelijk.

Er staan ongeveer zesduizend huisartsenconsulten op. Uit observatie blijkt dat twee van de drie klachten over extreme moeheid werden genegeerd. Het is beter om de moeheidsklachten als een gegeven te beschouwen en ons druk te maken om de consequenties die moeheid heeft voor het bestaan. Patienten willen begrijpen wat er met hen aan de hand is.

Ze willen serieus genomon worden in hun klachten en begeleiding krijgen. Als we ervan uitgaan dat er circa 1 miljoen mensen zijn met een of meer chronische ziekten kan de conclusie worden getrokken dat vrijwel elke chronische zieke met extreme vermoeidheid te kampen heeft.

Moeheid medisch bekeken Drs. Griep als reumatoloog verbonden aan het medisch Centrum Leeuwarden: Niet-pluis is het als er geen sprake is van een onderliggende ziekte. Pluis is het als er geen medische oorzaak wordt gevonden. Pas als dat station gepasseerd is, kun je kijken hoe je met de klacht kunt omgaan. Zorgvuldig onderzoek biijft steeds van belang. Kun je geen medische oorzaak ontdekken of is deze zeer onwaarschijnlijk, dan is het een kwestie van nadenken welke factoren wel een rol kunnen spelen.

Problemen op het werk, op het sociale vlak, teveel hooi op de vork? De beste aanpak is die van erkenning en begeleiding. Vertel patiënten wat ze in elk geval niet hebben. Geef mensen inzicht in hoe zij hun klachten zelf kunnen verbeteren.

Het is in elk geval altijd fout om te zeggen dat er niets aan de hand is". Moeheid veelvoorkomende klacht Rozendaal L, Otten F - CBS Webmagazine, Moeheid, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, rugpijn en slapeloosheid zijn klachten die vaak voorkomen. De meest voorkomende klacht is moeheid. Op de vraag of men in de afgelopen twee weken last had van moeheid antwoordden in meer dan twee op de vijf mensen bevestigend.

Verder had meer dan een derde last van pijn in spieren of gewrichten. Ook over hoofdpijn, pijn in spieren en gewrichten en moeite met slapen werd door relatief veel mensen geklaagd. Moet het chronische-vermoeidheidsyndroom erkend worden? Naast een kritische analyse van deze vraag, wordt besproken hoe arbeidsongeschiktheid bij deze patiënten objectief en zonder beroep te doen op pseudo-objectiveringsstrategieën kan worden geëvalueerd.

Ten slotte wordt meer algemeen de vraag aan de orde gesteld hoe onze moderne maatschappij met CVS en fibromyalgie - als eigentijdse vormen van stressgebonden ziek-zijn - dient om te gaan. Multidisciplinaire richtlijn Depressie bij volwassenen. Myalgische Encephalomyelitis - Een raadselachtig vermoeidheidssyndroom Brochure van de Myalgische Encephalomyelitis Stichting, Amsterdam, Huisarts en Wetenschap ; 40 1: Naar een betere zorg voor zieke werknemers - Afstemmen van behandeling en werkhervatting J.

Nauta, Een informatiebron voor professionals die werkzaam zijn rondom werk en gezondheid en die streven naar een betere afstemming van diagnostiek, behandeling en arbeidsre-integratie.

Met informatie, inzichten en praktijkvoorbeelden waardoor de samenwerking rond beoordeling, behandeling en begeleiding van werknemers met gezondheidsklachten kan verbeteren. Ook werd geconstateerd dat ongezond gedrag de belangrijkste bekende oorzaak van onze stagnerende levensverwachting is. Bij dat ongezonde gedrag spelen leefstijlgedragingen, ook wel bekend onder de noemer BRAVO, een belangrijke rol. De aandoeningen die met deze leefstijlgedragingen samenhangen zijn allen chronisch van aard.

Het gaat dan bijvoorbeeld om hart- en vaatziekten, diabetes mellitus type II, longziekten als astma en COPD, bepaalde vormen van kanker, osteoporose, leverziekten, maar ook milde depressie en angst. Een met ziektekans samenhangende consequentie van ongezond gedrag die momenteel sterk in de belangstelling staat is overgewicht.

Het gaat hier uitdrukkelijk om de directe kosten samenhangend met medische behandeling. Over de indirecte kosten, dat wil zeggen de kosten samenhangend met ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, van deze aandoeningen is weinig bekend, omdat deze kosten in onderzoek vaak niet worden meegenomen.

Uit het spaarzame onderzoek dat wel is uitgevoerd is bekend dat de indirecte kosten vaak een veelvoud bedragen van de directe kosten. Zo liet bijvoorbeeld een onderzoek van de Rekenkamer van het Verenigd Koninkrijk zien dat in de indirecte kosten van obesitas ca. Uit wat ouder onderzoek uit Scandinavië is bekend dat werknemers met overgewicht een 1,5 vrouwen , respectievelijk 2 maal mannen zo grote kans hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering vergeleken met werknemers met een normaal gewicht.

Recent Nederlands onderzoek liet zien dat werknemers die niet sportten over een periode van 4 jaar ca. Bij niet ingrijpen zullen de genoemde gezondheidsproblemen de komende decennia fors groter worden.

Zo wordt geschat dat in Nederland bij toenemend overgewicht in in het worst-case scenario ca. In het best-case scenario bedraagt dit aantal altijd nog Ook voor andere ziektes zijn sombere schattingen gemaakt.

Deze ontwikkelingen hebben grote gevolgen voor de volksgezondheid, zowel vanuit het perspectief van het individu, maar ook vanuit macro-economisch perspectief. De roep om preventie die veelal gehoord wordt is dan ook niet vreemd. In een artikel in de JAMA uit wordt het integreren van voldoende lichamelijke activiteit en gezonde voeding gezien als één van de tien uitdagingen voor de Volksgezondheid van deze eeuw.

Ook het al eerder genoemde VTV-rapport geeft aan dat preventie brood nodig is om deze ongewenste ontwikkelingen te stoppen. In deze preventie staat gedragsgerichte preventie centraal, met name gericht op het verbeteren van BRAVO-gedrag.

Ook het Ministerie van VWS onderkent dat de werkplek een setting is van waaruit Integraal GezondheidsManagement uit gevoerd dient te worden. De bedrijfsgezondheidszorg kan derhalve bij deze ontwikkeling niet achter blijven. Eén van deze elementen betreft het bevorderen van een gezonde leefstijl. Ook de NVAB vindt leefstijlbevordering een integraal onderdeel van de taakuitoefening van de bedrijfsarts, waarvan het belang in de toekomst alleen maar zal toenemen.

Om deze taak naar behoren te kunnen uitoefenen moet de bedrijfsarts echter op de hoogte zijn van interventies die bewezen effectief zijn en die vanuit de bedrijfsgezondheidszorg uitvoerbaar zijn. Vanuit dit perspectief ontbreekt echter systematische wetenschappelijke kennis. De resultaten van dit literatuuronderzoek vindt u beschreven in dit rapport, waarbij het onderzoek zich heeft om praktische redenen heeft beperkt tot Bewegen, Roken, Alcohol en Voeding.

De hier beschreven resultaten vormen het uitgangspunt van nader te formuleren NVAB-beleid. Off-labelgebruik van richtlijnen - Toepassing voor niet-medische doeleinden leidt tot ongewenste bijwerkingen W.

Richtlijnen werden tot voor kort vooral gebruikt voor het sturen van het professioneel handelen. Te verwachten valt dat er ook andere, meer op organisatie, personeel of faciliteiten gerichte aspecten, in worden opgenomen. Dit kan leiden tot gebruik ervan door externe partijen. De neiging tot het gebruik van een richtlijn als veldnorm door de IGZ, leidt onvermijdelijk tot de eis van andere belanghebbenden, om bij de richtlijnontwikkeling te zijn betrokken.

Daarmee ligt juridisering van de richtlijnontwikkeling op de loer. Juridisering Het gebruik van een richtlijn buiten het strikt professionele domein kan impact hebben op de organisatie. Door kwalificaties over afdelingen af te geven of maatregelen aan te kondigen, kunnen bepaalde ziekenhuisfuncties en reputaties van maatschappen en ziekenhuizen op het spel komen te staan.

Los van adequate inbreng van organisatiekennis, kunnen zij het zich moeilijk veroorloven de richtlijnontwikkeling aan professionals over te laten. Vervolgens is het dan ook de vraag hoe het risico van juridisering is te voorkomen.

Vanuit de behoefte van allerlei andere partijen dan de zorgaanbieders is het begrijpelijk dat de minister van VWS voornemens is om een regieorgaan op te richten. Dit orgaan moet dan op onafhankelijke wijze kwaliteitsrichtlijnen opstellen en best practices identificeren. Of dit überhaupt gaat werken en niet een te rigide systeem oplevert, wordt in grote mate bepaald door de vraag of er bij die aanpak genoeg aandacht en ruimte is voor de dynamiek die de continue zoektocht naar verbetermogelijkheden kenmerkt.

Tenzij ook aanbevelingen die de organisatie betreffen op een zuivere wijze — lees evidence-based — worden aangepakt. Onderzoek naar de prevalentie van het chronische vermoeidheidssyndroom zoals herkend door huisartsen in Nederland en de attitude van huisartsen ten opzichte van het chronisch vermoeidheidssyndroom Klein Rouweler ILH, Severens JL en Bleijenberg G - Academisch Ziekenhuis Nijmegen, oktober Het Chronisch Vermoeidheidssyndroom De klacht moeheid staat op de derde plaats van symptomen in de huisartspraktijk Lamberts, Voor huisartsen is het een vage klacht omdat er niet duidelijk een oorzaak aan te wijzen is de Haan Als er voor deze klachten door de arts geen lichamelijke verklaring gevonden is, spreken we van chronische vermoeidheid.

Bij chronische vermoeidheid gaat het om zelfgerapporteerde aanhoudende of terugkerende moeheid die zes of meer achtereenvolgende maanden duurt.

Het chronische vermoeidheidssyndroom verder CVS wordt omschreven als een klinische geevalueerde, onverklaarde aanhoudende of terugkerende chronische vermoeidheid met een nieuw of duidelijk begin, die niet het resultaat is van voortdurende inspanning, niet aanzienlijk verbetert door rust en die geleid heeft tot forse afname van vroegere niveaus van beroepsmatig, sociaal of persoonlijk functioneren.

Tevens moeten gedurende tenminste zes maanden vier of meer van de volgende symptomen aanwezig zijn: Deze klachten mochten niet al aanwezig zijn voor het ontstaan van de vermoeidheid Fukuda et al, Voor het onderzoek naar het uitsluiten van een lichamelijke verklaring voor de klachten is altijd een arts nodig zie voor het beleid van de arts in deze Van Der Meer e.

De spreiding is echter aanzienlijk: In andere onderzoeken worden soms hogere en soms lagere prevalentiecijfers gevonden. Dit hangt samen met de verschillende wijzen waarop CVS tot nu toe werd gedefinieerd.

In is door onze onderzoeksgroep een enquete gehouden onder alle huisartsen in Nederland met een tweeledig doel: De prevalentie van CVS in Nederland werd geschat op per Deze cijfers komen vrijwel overeen met de eerder genoemde prevalentie in Engeland van 1,3 per personen.

Extrapolatie van de onderzoeksresultaten gaf aan dat er tenminste Gesteld werd dat dit waarschijnlijk een minimale schatting is met de volgende argumenten: Een tweede is de kennis en de houding van huisartsen ten opzichte van het stellen van de diagnose CVS van invloed op het h erkennen van CVS en dus ook op de gerapporteerde prevalentie van CVS door huisartsen. In het vorige onderzoek lag de leeftijdsgrens van CVS bij jongeren tot 25 jaar.

Achteraf gezien had de leeftijdsgrens beter bij l8 jaar kunnen liggen vanwege de steeds toenemende aandacht voor CVS bij jongeren.

Omdat in Nederland geen goede prevalentiegegevens van CVS bij jongeren bestaan is in dit onderzoek de leeftijdsgrens van 18 jaar aangehouden. Vermoeidheid is niet alleen een belangrijke klacht bij CVS-patienten. Ook andere patientengroepen kampen met ernstige vermoeidheid waaronder, patienten met MS, patienten met spierziektes, patienten na een CVA of na behandeling van kanker etc.

De klacht moeheid komt in de huisartsenpraktijk veel voor. Over het aantal patienten met ernstige vermoeidheid in samenhang met een lichamelijke ziekte in de huisartsenpraktijk is niets bekend. Aanvullend onderzoek naar de gerapporteerde prevalentie van CVS en andere patienten met chronische vermoeidheid door huisartsen, is om bovengenoemde redenen dringend gewenst.

Uit een eerdere pilotstudy waarin 12 huisartsen werden geintervieuwd, kwam naar voren dat het wel of niet stellen van de diagnose CVS, te maken had met de kennis die huisartsen hadden van CVS en de houding van huisartsen ten opzichte van CVS Klein Rouweler, In dit onderzoek is de houding van huisartsen ten opzichte van CVS dan ook een belangrijk aandachtspunt. De verwachting is dat huisartsen met meer CVS patienten in de praktijk, meer ervaring en een andere houding hebben ten opzichte van CVS in vergelijking met huisartsen met weinig CVS patienten in hun praktijk.

De houding van huisartsen zal anders zijn wanneer zij een geringe bereidheid voelen tot het stellen van de diagnose CVS. Fase 2 — Interview In fase 2 worden vraagstellingen 3 en 4 uit fase 1 nader uitgediept door gebruik te maken van een interview. Deze vragen worden beantwoord door na te gaan hoe vaak huisartsen in concrete gevallen de diagnose CVS stellen. Vervolgens wordt nagegaan wat huisartsen doen aan diagnostiek en behandeling in deze concrete gevallen c. Tevens wordt gekeken naar verschillen tussen huisartsen die veel CVS-patienten in de praktijk hebben en huisartsen met weinig CVS-patienten in de praktijk.

Op deze wijze wordt inzicht verkregen in de houding van huisartsen ten opzichte van CVS en de bereidheid tot het stellen van de diagnose CVS. De verwachting is dat huisartsen met meer CVS-patienten, meer ervaring hebben waardoor zij anders antwoorden dan huisartsen met weinig CVS-patienten in hun praktijk.

De volgende hypotheses kunnen vooraf geformuleerd worden: Het hoofdkenmerk is vermoeidheid die langer bestaat dan zes maanden, niet overgaat door bedrust, met een aanzienlijke vermindering van activiteitenniveau, zonder dat er een aanwijsbare oorzaak bestaat. Er wordt veel aandacht besteedt aan de patienten en het ziektebeeld, maar hoe huisartsen er over denken is nog maar weinig onderzocht. Bij eerder onderzoek erkende de overgrote meerderheid het CVS.

Het doel van dit onderzoek was na te gaan wat de opvattingen van de huisartsen zijn over het CVS. De vraagstellingen waren gericht op de meningen, het stellen van de diagnose, het aantal patienten per huisarts en het beleid. Methode - De opvattingen van huisartsen zijn onderzocht met behulp van schriftelijke enquetes, aangevuld met persoonlijke gesprekken. De enquetes zijn verzonden naar tweehonderd huisartsen in Leiden en omgeving.

Vierenvijftig procent van de huisartsen erkende het CVS als afzonderlijke ziekte en eveneens ongeveer de helft erkende fibromyalgie. Er was een duidelijk verband tussen het erkennen van beide ziektebeelden.

Er waren duidelijk meer huisartsen die whiplash en het irritable bowel syndrome erkenden. Vrouwelijke huisartsen erkenden het CVS vaker dan mannelijke. Vijftig procent van de huisartsen stelde de diagnose CVS. Tweederde van de huisartsen gaf de patienten een vorm van behandeling; de meerderheid voerde gesprekken en een kleiner aantal gaf medicijnen of fysiotherapie. Het al of niet geven van een vorm van behandeling had nauwelijks verband met het erkennen van het CVS. Uit de gesprekken kwam naar voren dat de huisartsen een voornamelijk terughoudend beleid voerden.

Een reden om de diagnose te overwegen was het legitimeren van de moeheid, terwijl een reden om do diagnose niet te stellen was dat de prognose zou worden verslechterd.

Er waren geen duidelijke verschillen tussen huisartsen die het CVS wel en niet erkenden. Discussie - Het aantal huisartsen dat het CVS erkende was in dit onderzoek laag vergeleken met gegevens in de literatuur.

Door de hoge respons in ons onderzoek vierentachtig procent zijn er wellicht meer huisartsen die sceptisch tegenover het chronisch vermoeidheidsyndroom staan. Het gemiddelde van 3,5 patienten per huisarts uit ons onderzoek lijkt goed overeen te komen met de prevalenties uit de literatuur. Verder bleek dat de prevalentie hoger werd naarmate meer huisartsen het CVS als ziektebeeld erkenden.

Het feit dat meer vrouwelijke dan mannelijke huisartsen het CVS erkenden kwam niet tot uiting bij het stellen van diagnoses. Mogelijk speelde toevalsvariatie een rol, ook vanwege het kleine aantal vrouwelijke huisartsen. Het kan ook zijn dat vrouwelijk huisartsen vaker het idee hadden dat het stellen van de diagnose ongunstig is voor de patient.

Opvallend was dat er geen sterk verband naar voren kwam tussen het erkennen van het CVS en het beleid. Een substantieel aantal huisartsen erkende het beeld niet, maar behandelde de patient wel. Een klein aantal huisartsen erkende het CVS wel, maar behandelde niet. In de interviews kwam als reden voor het " wel erkennen maar niet behandelen ", naar voren dat het stellen van de diagnose kan inhouden dat er een soort eindstadium is bereikt, waarbij de huisarts niets meer voor de patient kan doen.

Overigens hoeft het al dan niet overwegen van de diagnose geen invloed te hebben op het beleid van de huisarts. De meningen en het beleid van huisartsen liepen vaak ver uiteen. Desondanks gaven veel huisartsen aan weinig of geen knelpunten te hebben ondervonden bij diagnostiek van het CVS, de behandeling of de relatie met derden. Veel huisartsen dachten knelpunten te kunnen voorkomen door het hebben van een goede band met de patient. Preventie psychische arbeidsongeschiktheid bij zelfstandige ondernemers PPAZ - Resultaten van een gecontroleerd effectonderzoek.

Lagerveld, TNO Onderzoek naar de effectiviteit van psychologisch begeleiding op basis van cognitieve gedragstherapie versus een innovatieve gecombineerde begeleiding waarbij de interventie zowel gericht is op de werksituatie als op het individu.

Uit dit onderzoek komt de aanbeveling kort na uitval een gecombineerde interventie in te zetten en pas bij stagnatie cognitieve gedragstherapie toe te passen. Prognosis in chronic fatigue syndrome - A prospective study on the natural course Vercoulen J. Methods - A longitudinal study was used. A multidimensional assessment method was used, measuring behavioural, emotional, cognitive and social functioning.

Comparison data from 53 healthy subjects matched for age, sex and educational level were available. At follow up, there were considerable problems at work and consumption of medication was high.

Subjective improvement was confirmed by dimensional change: Sociodemographic variables or treatment by specialists and alternative practitioners did not predict improvement.

Predictors of improvement were: Conclusion - The improvement rate in patients with a relatively long duration of complaints is small.

Psychological factors are related to improvement, especially cognitive factors. Programma ter versterking van de kennis- en onderzoeksinfrastructuur van de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde in arbodiensten — Eindrapportage Dijk F van, Hügenholtz N, Coronel Instituut, Amsterdam, Cfr. Deze belangstelling is begrijpelijk: Zeven tot veertien procent van de huisartsbezoekers consulteert de huisarts wegens vermoeidheidsklachten Cathebras et al.

Soms kan door de huisarts een medische oorzaak worden vastgesteld, bijvoorbeeld bloedarmoede. In het merendeel van de gevallen wordt de patient echter verwezen naar een specialist of wordt geadviseerd rust te houden. Als eerste wordt ingaan op de diagnose ' Chronisch Vermoeidheidssyndroom ' cvs en de beslaande controversen rond dit ziektebeeld. Hierna worden kenmerken van cvs-patienten besproken. In de loop der jaren zijn allerlei benamingen gehanteerd om medisch onverklaarbare, langdurige vermoeidheidsklachten aan te duiden.

Sinds het begin van den eeuw werden onverklaarbare vermoeidheidsklachten ondergebracht bij het begrip neurasthenie. Tegenwoordig wordt ook gesproken over myalgische encefalomyelitis M. Het is de vraag of deze benamingen wel zo juist gekozen zijn. Ze veronderstellen namelijk bepaalde medische kenmerken van het syndroom of verwijzen naar een specifieke medische of psychiatrische etiologie. Er zijn vooralsnog onvoldoende empirische gegevens om het gebruik van een van de bovenstaande benamingen voor medisch onverklaarbare vermoeidheidsklachten te rechtvaardigen.

Om de problemen rond specifieke kenmerken en strijdige etiologische opvattingen te omzeilen, werd door een groot aantal deskundigen in twee publicaties de term ' chronisch vermoeidheidssyndroom ' chronic fatigue syndrome voorgesteld Holmes et al. Analoog aan de diagnoses in de DSM-IV werden criteria voor het cvs opgesteld mei weglating van verwijzingen naar de etiologie. Het ziektebeeld wordt gekenmerkt door vermoeidheid als hoofdklacht. De klachten bestaan niet levenslang: De vermoeidheid is ernstig en beinvloedt fysiek en mentaal functioneren.

Andere symptomen kunnen voorkomen, in het bijzonder spierpijn, stemmings- of slaapstoornissen. Uitgesloten van de diagnose zijn patienten waarbij een medische ziekte is vastgesteld, die bovenstaande klachten kan veroorzaken, alsmede patienten met schizofrenie, bipolaire stoornis, middelenmisbruik, eetstoornissen of aangetoonde hersenziekte.

De introductie van de term cvs heeft de controversen rond het ziektebeeld beslist niet weggenomen. Zo wordt chronische vermoeidheid wel als een modeverschijnsel beschouwd. Vermoeidheid als pathologisch verschijnsel zou typerend zijn voor onze moderne, productiegerichte Westerse samenleving. Een ander punt betreft de vraag of er bij het cvs sprake is van een neuromusculaire aandoening. De patienten klagen immers over vermoeidheid in de spieren.

Volgens Wessely en Sharpe zijn er echter geen empirische aanwijzingen van abnormaal spierfunctioneren hij cvs-patienten die niet evenzeer het gevolg kunnen zijn van deconditionering als gevolg van het verminderd gebruik van de spieren. Tevens heeft het grootste deel van de cvs-patienten eveneens last van mentale vermoeidheid, wat wil zeggen, concentratie- en geheugenproblemen. Mentale vermoeidheid is niet met behulp van een musculaire ziekte te verklaren.

Veel onderzoekers beweren dar hei cvs het gevolg is van een virusinfectie. Door anderen wordt deze opvatting bestreden, de popularisering van hel begrip Me en de daarmee gepaarde verwijzing naar een virusinfectie in de afgelopen jaren zou de toeschrijving van vermoeidheidsklachten aan een virusinfectie in de hand hebben gewerkt.

Vooralsnog is er geen virus geidentificeerd dat met betrouwbaar onderzoek aangetroffen kon worden. Een laatste controverse betreft de overlap tussen de symptomen van het cvs en andere psychische stoornissen.

Vermoeidheidsklachten komen vaak voor bij psychiatrische ziektebeelden. Omgekeerd worden bij cvs-patienten eveneens psychiatrische stoornissen aangetroffen.

De gerapporteerde cijfers hierover lopen uiteen: Het lijkt erop dat vooral de overlap met stemmingsstoornissen groot is Ray, Voorts lijkt er een grote overeenkomst te bestaan tussen de klachten bij het cvs en die bij burnout. Het belangrijkste verschil tussen beide syndromen is vooralsnog dat burnout beschouwd wordt als een uitputtingstoestand ten gevolge van langdurige blootstelling aan werk stress, terwijl er over de oorzaken van het cvs geen eenduidigheid bestaat.

Gebaseerd op empirische studies van de afgelopen jaren kan een volgend overzicht geboden worden van demografische kenmerken en klachtenpresentatie van cvs-patienten. Op het moment van aanmelding voor onderzoek of behandeling waren vermoeidheidsklachten gemiddeld 4 tot 6 jaar aanwezig. De gemiddelde leeftijd van de patienten ligt tussen de 34 en 39 jaar wat betekent dat de klachten zich gemiddeld genomen tussen het 28ste en 35ste levensjaar ontwikkelden Blakely et al..

Grofweg tweederde deel van de patienten beslaat uit vrouwen. Gerapporteerde klachten zijn aanhoudende vermoeidheid, uitputting, ongebruikelijke vermoeidheid of spierpijn na inspanning, concentratieproblemen.

Bij de meeste cvs-patienten lijken de klachten in de loop van de dag toe te nemen. De patient is als het ware niet in staat zich te herstellen na verrichte inspanning. Het merendeel van de patienten veronderstelt een verband tussen het ontstaan van de vermoeidheidsklachten en een virusinfectie.

De meeste patienten denken een lichamelijke ziekte te hebben Butler et al. Voorts heeft een groot deel van de patienten een specialist geconsulteerd. Van de bijna patienten uit het onderzoek van Vercoulen el al. Kortom, bij de meeste patienten hebben vermoeidheidsklachten geleid tot een ernstige verstoring van het dagelijks leven. Het komt voor dat patienten de hele dag in bed liggen en nauwelijks nog tot fysieke inspanning in staat zijn.

Anderzijds zijn er patienten die in vergelijking met voorgaande jaren de dagelijkse activiteiten weliswaar hebben gereduceerd, maar die desondanks nog een overvol dagprogramma hebben en een indrukwekkende hoeveelheid activiteiten verrichten.

Typerend in dit verband is dat het sociaal en maatschappelijk functioneren van cvs-patienten voor aanvang van de ziekte vaak zeer goed was; cvs-patienten waren harde werkers en in sociaal opzicht actieve, initiatiefnemende mensen Hickie et al. Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg, deel II C.

De kritiek is begrijpelijk, maar de aantrekkingskracht niet minder. Hulpverleners zijn immers opgegroeid met een casusgewijze benadering van patiënten, velen van hen zijn via de weg van ' trial and error ' eigen methoden gaan ontwikkelen en staan zeer aarzelend tegenover standaardbehandelingen.

Bovendien wordt vaak verondersteld dat protocollaire behandelingen alleen geschikt zijn voor betrekkelijk ' gemakkelijk te behandelen ' patiënten. Aan de andere kant: Deze tweede bundel bevat protocollaire behandelingen voor patiënten met alcoholproblemen, depressie, specifieke fobie, gegeneraliseerde angststoornis, migraine en spierspanningshoofdpijn, chronische-vermoeidheidssyndroom, onverklaarde lichamelijke klachten en ongewenste gewoonten en voor paren met relatieproblemen.

De nadruk valt telkens op de praktische toepassing van het behandelprotocol: CCd wil hiermee een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van standaarden en strategieën die leiden tot kwaliteits- en efficiencyverbetering in de geestelijke gezondheidszorg.

Protocollen ondersteunen beoordeling arbeidsongeschiktheid Gezondheidsraad, Voor zowel de individuele werknemer als de samenleving is het van groot belang dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid in overeenstemming is met de stand van de wetenschap.

Daarom brengt de Gezondheidsraad ter ondersteuning van de verzekeringsgeneeskundige beoordeling, op verzoek van de minister van SZW, een tiental verzekeringsgeneeskundige protocollen uit. Ze worden opgesteld door een commissie van de raad, in aansluiting op bestaande evidence based curatieve en bedrijfsgeneeskundige richtlijnen.

Het advies Verzekeringsgeneeskundige protocollen: Angststoornissen, Beroerte, Borstkanker bevat het vijfde tot en met zevende protocol in de reeks. De protocollen dienen gelezen te worden in samenhang met de eind vorig jaar door de Gezondheidsraad gepubliceerde Algemene inleiding bij de verzekeringsgeneeskundige protocollen.

Na het in juli verschenen advies Beoordelen, behandelen, begeleiden. Medisch handelen bij ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid en de adviezen met de Algemene inleiding en de verzekeringsgeneeskundige protocollen Aspecifieke lage rugpijn, Hartinfarct, Overspanning en Depressieve stoornis, is dit advies met de protocollen Angststoornissen, Beroerte en Borstkanker het vierde dat door de Gezondheidsraad wordt uitgebracht in het kader van de invoering van de nieuwe wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen WIA.

In de loop van dit voorjaar zal met de publicatie van de protocollen Chronische-vermoeidheidssyndroom, Lumbosacraal radiculair syndroom en Whiplash Associated Disorder de reeks van tien protocollen gecompleteerd worden. Protocollen voor een eenduidige beoordeling arbeidsongeschiktheid - Beoordelen, behandelen en begeleiden J.

Deze moeten de verzekeringsartsen helpen bij de beoordeling van bepaalde diagnoses, zoals bij de vraag naar de mogelijkheden die iemand in de toekomst heeft om te werken. Het gebruik van de protocollen moeten beoordelingen eenduidiger maken. Met de invoering van de protocollen volgt minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegeheid een advies van de Gezondheidsraad van 22 juli op.

In het artikel wordt een samenvatting van dit advies gegeven. De commissie stelt ondermeer vast dat er geen goede afstemming is tussen de verzekeringsgeneeskunde en de curatieve disciplines.

Zij acht dit onwenselijk en stelt voor het medisch handelen te vergroten door overkoepelende 3b-richtlijnen te ontwikkelen: Er zijn inmiddels twee protocollen ontwikkeld: Medio volgend jaar zal de Raad tien nieuwe protocollen opgesteld hebben.

Er is sprake van gebrek aan professionaliteit bij keuringsartsen en er zijn veel keuringen waarbij "de menselijke maat zoek is" volgens het FNV. Velderman gaat in op een specifieke training voor plussers waarin onder meer aandacht is voor arbeidsgeschiedenis, kosten en baten van arbeid, verhouding werk en privé en leef- en werkgewoonten.

Bohn Stafleu Van Loghum; Psychologen en bedrijfsartsen op vrijersvoeten Bespreking van de studiedag ' Psychische klachten en arbeid - Werk voor psychologen en bedrijfsartsen ' Amsterdam, - Ruud Abma, Algemene Sociale Wetenschappen Universiteit Utrecht en redacteur van De Psycholoog. Abma is verbonden aan de afdeling Psychologen zijn al een aantal jaren bezig met een opmars in het domein van de professionele begeleiding bij ziekteverzuim.

Het gaat dan vooral om stemmingsstoornissen en werkgerelateerde stressklachten. Die stressklachten komen overigens ook veel voor bij ziekmeldingen op grond van lichamelijke klachten RSI, rugklachten, chronische vermoeidheid e.

Alle reden dus om de scheiding van psyche en lichaam ter discussie te stellen en iets te doen aan de institutioneel verankerde barrières tussen psychologen en bedrijfs artsen in de behandeling van psychische klachten.

Dat was ook het doel van deze studiedag, die georganiseerd was door twee organisaties van psychologen — het Het Nederlands Instituut van Psychologen NIP — cfr.

Bedrijfsartsen moeten sneller een psycholoog inschakelen wanneer zij constateren dat het verzuim een psychische achtergrond heeft en psychologen en psychotherapeuten moeten meer rekening houden met het werk van hun cliënten. Belangrijker is nog dat psychologen en bedrijfsartsen vanuit een zelfde perspectief gaan werken, dat van de activerende verzuimbegeleiding.

Terwijl mensen behandeld worden voor psychische problemen bijvoorbeeld een burnout , is het zaak ze ook stapsgewijs weer aan het werk te krijgen. Al te vaak echter zijn psychotherapeuten huiverig voor dat laatste, vooral als de problemen samenhangen met het werk. Kan de werknemer niet beter eerst volledig herstellen, zodat hij of zij beter opgewassen is tegen de lasten van de werkhervatting?

Uit het onderzoek van Blonk blijkt dat het volgen van een richtlijn een kortere verzuimduur oplevert: De leertheorie Bandura levert de verklaring: Wie in gepaste mate het werk weer oppakt en merkt dat dat lukt, zal ook zijn zelfvertrouwen zien groeien. Het is de taak van de begeleidende arts of psycholoog om ervoor te zorgen dat de betreffende werknemer niet te veel hooi op zijn vork neemt of te snel de moed opgeeft.

Als alles volgens het boekje verloopt zal de cliënt meer positieve cognities ten opzichte van zichzelf en het werk ontwikkelen. Dat is belangrijk omdat uit onderzoek is gebleken dat de verwachting van de cliënt over de duur van het verzuim een belangrijke voorspeller is van de feitelijke verzuimduur. Weer aan het werk gaan is een krachtige positieve beïnvloeder van de cognities van de cliënt over de verzuimduur.

En zo past alles mooi in elkaar! Deze instrumentele benadering viel niet bij iedereen in de zaal even goed: Omdat het doel van deze dag nadrukkelijk was de samenwerking tussen artsen en psychologen te bevorderen, werd hieraan ook in het ochtendprogramma al aandacht besteed. Ja, maar ook door het volgen van de richtlijnen, zeiden de volgende sprekers de psychologe Cokkie Verschuren en de al genoemde Jac van der Klink.

Van der Klink plaatste als enige een kanttekening bij het gedwee volgen van dergelijke onderzoeksresultaten. In zijn eigen metastudie uit was bijvoorbeeld gebleken dat organisatie-interventies minder effectief waren dan individuele interventies, maar dat was eigenlijk een oneerlijke vergelijking omdat de effecten van organisatie-interventies pas op de langere duur merkbaar zijn en anders gemeten moeten worden.

Bedrijfsartsen en psychologen zijn echter geneigd het individu centraal te stellen en vanuit een medisch model te denken. Wanneer je aan de orde stelt dat ook het organisatieniveau aandacht behoeft, wordt dit direct vertaald in gezondheidstermen: Het idee dat er met de organisatie zelf iets mis zou kunnen zijn en dat je dat ook kunt aanpakken, valt buiten het professionele denkkader van beide partijen en ook de richtlijnen gaan er niet op in.

Hoe belemmerend dat werkt, bleek bij de bespreking van een casus in een van de workshops. Een jarige boekhouder meldt zich ziek en zoekt behandeling bij een psycholoog.

Het blijkt dat deze ervaren en tot dan toe gewaardeerde kracht na de komst van een nieuwe leidinggevende wordt weggezet als iemand die door zijn degelijke, maar ietwat trage manier van werken de productiviteit van de afdeling in gevaar brengt. Desgevraagd verklaarden de aanwezige bedrijfsartsen dat problemen van werknemers die samenhangen met een zwakke stijl van leidinggeven van hun superieur wel degelijk worden gesignaleerd en ook in het overleg binnen sociaal-medische teams aan de orde worden gesteld.

Het valt echter buiten hun zeggenschap of er iets mee gedaan wordt. Hier valt dus nog werk te doen: In hoeverre ze daarbij de hulp van psychologen kunnen gebruiken is niet goed te overzien.

Misschien moet eerst de samenwerking op het curatieve vlak maar eens goed van de grond komen. De aanwezigen op deze studiedag leken daar wel interesse voor te hebben. Nu de anderen nog. Psychosocial workload, work-familiy interference and health - Determinants of sick leave in university employees N. Donders, Onderzoek naar het combineren van werk en zorg, de rol van de thuissituatie hierbij en de relatie met gezondheidsklachten en ziekteverzuim.

De zogenaamde werk-thuis interferentie werkt twee kanten op: De interferentie speelt een rol bij ziekteverzuim en heeft een sterke samenhang met vermoeidheid en ervaren gezondheidsklachten.

In het onderzoek zijn gegevens gebruikt van universiteitsmedewerkers met een relatieve grote diversiteit aan functies. Psychosomatische revalidatie - Leren omgaan met chronische vermoeidheid en pijn B. Neerinckx - Tijdschrift voor Geneeskunde, Volume: Betoogd wordt dat - ondanks inherente moeilijkheden eigen aan deze patiëntenpopulatie - een realistische en pragmatische herstelbegeleiding mogelijk is waardoor hun functioneren en levenskwaliteit aanzienlijk kunnen worden verbeterd.

Psychotherapie bij lichamelijke klachten - Fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom - Nieuwe oplossingen? In deze bijdrage is vooral aandacht besteed aan de mogelijkheden van psychotherapie bij de onbegrepen en omstreden syndromen fibromyalgie en het chronisch vermoeidheidssyndroom.

Hoewel over de effectiviteit van een multidisciplinaire en multimodale aanpak van beide syndromen nog veel vragen onbeantwoord zijn, kan psychotherapie, in de vorm van een cognitief-gedragsmatige benadering, een zinvolle bijdrage leveren aan de zorg voor deze patiënten. Het getuigt van realisme als de doelstellingen hierbij beperkt zijn. Raad voor Werk en Inkomen, Dit onderzoek geeft zicht op de mogelijkheden van partijen om re-integratie vorm te geven, op de aansluiting van vraag en aanbod in de re-integratiemarkt en op de knelpunten waar werkgevers en werknemers tegen aan lopen.

Het gaat om potentieel langdurig zieke of uitgevallen werknemers waarvan terugkeer in de eigen functie problematisch is.

De inschatting is dat dit komt omdat de werkgever en de arbeidsdeskundige niet weten dat een werkgever verplicht is dit te doen. Daarnaast duurt het langer omdat het gaat om aanpassingen die niet gebruikelijk zijn, zoals een rustiger werkomgeving of solistisch werken. Reducing long term sickness absence by an activating intervention in adjustment disorders — A cluster randomised controlled design J. Een activerende en cognitief-gedragsmatige benadering, uitgevoerd door bedrijfsartsen, werd vergeleken met reguliere begeleiding door de bedrijfsarts.

De activerende begeleiding bleek effectiever op snelheid tot werkhervatting. De klachten daalden in beide behandelcondities even snel. Referentiecentrum voor het chronische-vermoeidheidsyndroom CVS - Een terugblik op drie jaar ervaring en gedachten over de toekomst B. Meer dan patiënten met langdurige vermoeidheids- en pijnklachten werden in ons centrum multidisciplinair gescreend.

Hiervan volgde een tal gediagnosticeerde CVS-patiënten een cognitief-gedragstherapeutisch en revalidatiegeoriënteerd programma in het UZ Pellenberg. De lange wachtlijsten, de hoge administratieve belasting, de gebrekkige mogelijkheden tot ondersteuning van de werkhervatting en de organisatie van een langetermijnbegeleiding bleken belangrijke knelpunten te zijn.

Een preliminaire therapeutische outcomestudie stemt ons voorzichtig optimistisch, op het vlak van zowel een verbeterd psychosociaal als lichamelijk functioneren van de betrokken patiënten. Bijkomend werden in ons centrum ook twee gerandomiseerde, placebogecontroleerde, dubbelblinde cross-overonderzoeken verricht, met respectievelijk laaggedoseerde corticosteroïden en methylfenidaat.

Naast verder wetenschappelijk onderzoek, hebben de CVS-referentiecentra in de toekomst een belangrijke rol te vervullen bij het optimaliseren van een realistische en pragmatische zorg voor het toenemend aantal patiënten dat geïnvalideerd is door " onverklaarde " maar vermoedelijk stressgebonden pijn- en uitputtingssyndromen. Reïntegratiehandreiking Kappers - Hulpmiddel voor de bedrijfsarts om bij kappers verzuim of arbeidsongeschiktheid te voorkomen en arbeidsparticipatie zoveel mogelijk in stand te houden Branche Begeleidings Commissie voor het Arboconvenant Kappers - VHP ergonomie, Coronel Instituut voor Arbeid, Milieu en Gezondheid, AMC Amsterdam, In het kappers convenant is afgesproken dat er protocollen of handreikingen ontwikkeld moeten worden voor een aantal beroepsspecifieke aandoeningen.

Een handreiking voor de aanpak houding- en bewegingsklachten bij kappers is er daar één van. Daarmee wil de branche een eenduidige aanpak van de klachten stimuleren. Dit protocol is daar een voorbeeld van. Het eindresultaat is een combinatie van al bekende kennis en protocollen toegespitst op de specifieke situatie van kappers. Het protocol is in de praktijk getest door bedrijfsartsen. Deze gaven er de voorkeur aan vooral te willen werken met protocolvormen die aansluiten bij richtlijnen van de eigen beroepsvereniging NVAB.

Feitelijk is er geen nieuwe kennis ontwikkeld, maar is bestaande kennis toegankelijker en makkelijker toepasbaar gemaakt. Return to work - A comparison of two cognitive behavioural interventions in cases of work-related psychological complaints among the self-employed R.

Vervolgens kan worden vastgesteld wat de kenmerkende, essentiële belasting is in de taken of handelingen en wat daarbij de problemen of knelpunten oplevert. Dit artikel geeft een overzicht van inventarisatie van knelpunten aan de hand van een onderzoek onder zelfstandig werkenden. Richtlijnen - Reumatische ziekten en syndromen: Richtlijnen en standpunten hebben een functie bij het transparant maken van de zorg en het komen tot uniformiteit in diagnostiek en behandeling.

Op basis van goed hulpverlenerschap kan onder bepaalde omstandigheden van de richtlijnen en standpunten worden afgeweken. De Nederlandse Vereniging voor Reumatologie adviseert een ieder om per patiënt of situatie schriftelijk en met opgave van reden vast te leggen waarom er wordt afgeweken van een richtlijn of standpunt.

De inhoud van de richtlijnen en de standpunten kan wijzigen in de loop van de tijd. De Nederlandse Vereniging voor Reumatologie wijst er op dat aan de inhoud van deze uitgave geen rechten of plichten kunnen worden ontleend. Richtlijnen en standpunten zijn geen wettelijke voorschriften. Inleiding In mei is een conceptversie van de richtlijn ' fibromyalgie ' op de website van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie geplaatst met de mogelijkheid commentaar te leveren op de inhoud.

Een ad hoc werkgroep bestaande uit de reumatologen dr. De toen ontstane conceptrichtlijn was alleen bestemd voor gebruik binnen de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie. Uit dezelfde conceptrichtlijn is in februari tevens een ' Standpunt van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie ten aanzien van fibromyalgie ' geformuleerd die wel voor een ieder beschikbaar was. De conceptrichtlijn is vervolgens door het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie aan de commissie kwaliteit en de werkgroep richtlijnen gestuurd met de volgende vragen: Op 3 mei is de richtlijn vastgesteld door het bestuur.

De richtlijn heeft betrekking op de huidige tijd waarin reumatologen geconfronteerd worden met patiënten met chronische pijnsyndromen die classificeerbaar kunnen zijn als fibromyalgie. De richtlijn heeft niet de bedoeling een nieuwe plaatsbepaling van fibromyalgie in de reumatologie te bereiken, hoe interessant een dergelijke ' paradime shift ' ook zou kunnen zijn. De richtlijn geeft aan hoe chronische pijn geclassificeerd kan worden als fibromyalgie c.

Fibromyalgie-syndroom Fibromyalgie is een syndroom met chronische gegeneraliseerde pijn en stijfheid van het bewegingsapparaat, gepaard gaande met andere aspecifieke klachten zoals moeheid, slaapstoornissen en stemmingsveranderingen. Tot op dit moment is er geen verklarend substraat voor het fibromyalgie-syndroom gevonden. Wel zijn er consistente aanwijzingen dat bij patiënten met fibromyalgie stoornissen in de neuro-endocriene, neurovegetatieve en neuro-immunologische systemen bestaan.

Het is echter onduidelijk of deze bevindingen de oorzaak dan wel het gevolg van de klachten zijn. Tevens worden de klachten van patiënten met fibromyalgie beïnvloed door sociale en emotionele factoren.

De hypothese dat vicieuze cirkels een rol spelen bij het persisteren van de klachten wordt breed ondersteund. Fibromyalgie komt vooral voor bij vrouwen tussen de 35 en 50 jaar. Niet alleen kwantitatief doch ook kwalitatief is fibromyalgie een aanzienlijk gezondheidsprobleem. Veel patiënten beschouwen hun kwaliteit van leven als slecht vergelijkbaar met patiënten met reumatoïde artritis, patiënten met Chronic Obstructive Pulmonary Diseases COPD en patiënten met gecompliceerde diabetes mellitus.

Diagnostiek Voor classificatiedoeleinden zijn op dit moment geaccepteerd de " American College of Rheumatology criteria for the classification of Fibromyalgia " cfr.

Interviews and examinations were performed by trained, blinded assessors. Control patients for the group with primary fibromyalgia were matched for age and sex and limited to patients with disorders that could be confused with primary fibromyalgia. Control patients for the group with secondary-concomitant fibromyalgia were matched for age, sex and concomitant rheumatic disorders. Widespread pain axial plus upper and lower segment plus left- and right-sided pain was found in The combination of widespread pain and mild or greater tenderness in greater than or equal to 11 of 18 tender point sites yielded a sensitivity of Primary fibromyalgia patients and secondary-concomitant fibromyalgia patients did not differ statistically in any major study variable and the criteria performed equally well in patients with and those without concomitant rheumatic conditions.

The newly proposed criteria for the classification of fibromyalgia are: No exclusions are made for the presence of concomitant radiographic or laboratory abnormalities. At the diagnostic or classification level, the distinction between primary fibromyalgia and secondary-concomitant fibromyalgia as defined in the text is abandoned. Behalve deze classificerende verschijnselen kunnen patiënten met fibromyalgie last hebben van: Bij de diagnostiek van patiënten bij wie fibromyalgie overwogen wordt is het onvoldoende om zich te beperken tot de classificatiecriteria van de American College of Rheumatology.

Overigens sluit, volgens de richtlijn van de American College of Rheumatology, een andere of onderliggende aandoening de diagnose fibromyalgie niet uit. Bij patiënten met vele jaren bestaande chronische gegeneraliseerde pijn en moeheid, bij wie veel tenderpoints aanwezig zijn en eventuele bovengenoemde bijkomende klachten is, als het lichamelijk onderzoek geen andere afwijkingen laat zien, aanvullend onderzoek zelden bijdragend aan het stellen van de diagnose.

Bij patiënten met relatief recent ontstane pijn en moeheid maanden dienen andere aandoeningen, zoals hypothyroïdie cfr. Patiënten met eerder vastgestelde fibromyalgie die nieuwe klachten ontwikkelen dienen op een vergelijkbare zorgvuldige wijze te worden gezien en onderzocht als patiënten zonder fibromyalgie. Behandeling Patiënten waarbij de diagnose fibromyalgie is gesteld dienen uitleg te krijgen over de aandoening. Geruststelling alleen voldoet niet. Uitleg door de reumatoloog, eventueel aangevuld met de folder Fibromyalgie zoals uitgegeven door het Reumafonds cfr.

Het uiteindelijke doel is beter te leren omgaan met de klachten, ook wel ' zelfmanagement ' genoemd. Er zijn patiënten die na voorlichting hun klachten onder controle kunnen houden met extra aandacht voor relaxatie en conditieverbetering al dan niet ondersteund door een patiëntenvereniging.

Het zijn onder andere thuiszorgorganisaties die zelfmanagement-cursussen aanbieden. De verder medische begeleiding kan door de huisarts geschieden. Alleen farmacotherapie met analgetica is doorgaans niet effectief. Indien de ernst van de klachten en de beperkingen van de activiteiten van het dagelijkse leven daar aanleiding toe geven is een aanvullend behandelplan geïndiceerd.

Een dergelijk plan wordt in overleg met de patiënt opgesteld. Vastgesteld wordt welke disciplines ingeschakeld kunnen worden bijvoorbeeld fysiotherapie cfr. Hoewel de effectiviteit nog niet goed beoordeeld kan worden, kan besloten worden tot een multidisciplinaire groepsbehandeling bijvoorbeeld de cursus ' de pijn de baas ' — cfr. In essentie moet de behandeling bestaan uit zelfmanagement: Wanneer de begeleiding bij ernstig beperkte patiënten door meerdere disciplines geschiedt wordt het aanwijzen van een ' zorgcoördinator ' aanbevolen.

In het algemeen kan dit de huisarts zijn. Onderzoek wijst uit dat het klachtenpatroon meestal door de jaren constant tot geleidelijk progressie is. Behandeling in de tweede lijn lijkt geen meerwaarde te hebben. Fibromyalgie en arbeid De beoordeling van de arbeidsinzetbaarheid is niet de taak van de reumatoloog maar van de bedrijfs- c.

Toch zijn er situaties waarin, in het belang van de patiënt, een uitspraak gevraagd wordt over de arbeids on geschiktheid. Objectieve methoden om arbeids on geschiktheid vast te stellen ontbreken.

De plaats van ' iso-kinetisch spieronderzoek ' en van de ' ergos-werksimulator ' is vooralsnog onduidelijk. Op basis van de klachten en van de ervaren beperkingen in combinatie met de reeds genomen acties kan de ernst van de fibromyalgie voor een individuele patiënt worden weergegeven.

Dit kan van belang zijn voor de patiënt ter zake van een juridisch conflict over arbeidsgeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat het oordeel van een deskundige over de ernst van de klachten en beperkingen doorslaggevend is, ook in afwezigheid van objectieve afwijkingen. Het spreekt voor zich dat fibromyalgie, evenmin als reumatoïde artritis of spondylitis ankylopoietica cfr.

Samenvatting - De diagnose fibromyalgie is te beschouwen als een klinisch syndroom c. Roep om kenniscentra vermoeidheidskwaal ME Hélène van Beek - de Gelderlander, Nijmegen - Er moeten speciale kenniscentra komen voor de behandeling van patienten die lijden aan myalgische encephalomyelitis ME ofwel het chronisch vermoeidheidssyndroom cvs.

De onderzoeksgroep waarin zij werken geldt als een van de experts op het gebied van ME. Met de hulp van gespecialiseerde kenniscentra kunnen patienten op weg worden geholpen. De centra zouden voorlichting moeten gaan geven aan huisartsen, patienten en allerlei andere instanties.

En er moeten voldoende psychologen werken die zijn opgeleid tot cognitief gedragstherapeut. Cognitieve gedragstherapie is de beste benaderingswijze gebleken voor mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom. Althans voor de ME-patienten die niet permanent platliggen, maar leven in ' pieken en dalen ', wat betekent dat ze het ene moment volop actief zijn en het andere moment compleet zijn gevloerd.

Dat heeft een grote studie uitgewezen die werd uitgevoerd door academische centra in Nijmegen, Maastricht en Leiden. Radboud schreef er een wetenschappelijk artikel over.

Het wordt in het gezaghebbende tijdschrijft The Lancet gepubliceerd. Often these muscles are tightened without you being aware of this. Overloading these muscles by contact sports for instance sitting on a race bike or mountain bike can then cause further complaints.

The objective is to get relaxation in this area. Special attention will therefore be given to your prostate, perineum and anus as these are situated in this area.

Also the Lingham penis will be touched in a respectful way. Every man from 18 years and older is welcome here for a men's massage regardless of Orientation, Belief and Ethnicity.

You will be warmly welcomed in my atmospheric salon where not only with full respect for each body, massages are given but also full discretion is guaranteed with personal matters shared with me. I hope to be able to offer you my share to your Well Being!

Full Body Massage Men Respectvolle aanraking. Spanning en verkramping in het gebied waar de bekkenbodemspieren liggen kunnen ontstaan door emotionele stress.

Vaak worden deze spieren aangespannen zonder je er bewust van te zijn.



body to body massage zuid holland pseudo arts keuring

...




18 jaar escort nijmegen erotic massage


Author: Melda Wellborn